Jan Kastje
Jan Kastje

Blog Jan Kastje: Het onbehagen en de verkiezingen

In mijn vorige weblog schreef ik “We leven gelukkig in een land waar veel goed is geregeld, het mag van mij wat warmer en minder nat, maar verder is het leven hier heel goed. Dat laat onverlet dat er veel onbehagen is en dat houdt me wel bezig. Misschien een volgende keer daar eens een blog aan wijden.” Bij deze, niet dat ik volledigheid of een antwoord pretendeer, maar laat ik u meenemen in wat gedachten die mij bezighouden en de consequenties voor in mijn geval de lokale politiek. Want het onbehagen heeft en hoort dat te hebben wat mij betreft.

Naast de gesprekken die ik er over voerde en wat ik er allemaal over heb gelezen de laatste tijd, zijn mij twee dingen bijzonder bijgebleven. In de nieuwsuur uitzending van 20 februari jl. komt een meneer aan het woord die het volgende aangeeft: “ik wil terug naar de Nederlandse cultuur van mekaar wat ruimte geven en de helpende hand toesteken ipv. elkaar een eikel noemen (...) hou op met elkaar uit te sluiten”. Kernachtiger kan ik het niet verwoorden en het spreekt mij heel erg aan. Voor zover we al terug naar een cultuur kunnen, want die is in mijn beleving niet statisch. Maar hier staan in de kern een paar waarden die hoe onze cultuur zich ook verder zal uiten, het waard zijn te verdedigen.

Ten tweede is mij het boekje over onbehagen (met de gelijknamige titel) van Bas Heine bijgebleven dat ik eind vorig jaar las. Het populisme beantwoort volgens Heine aan twee grote verlangens van onze tijd, namelijk overzicht en zelfbeschikking. Enig populisme vind ik niet verkeerd, maar hier wordt populisme bedoeld als het ervan uitgaan dat er één volk is en alle macht terug aan het volk. Wie dat volk is en wie dat bepaald is dan natuurlijk de grote vraag. En nee,  niet alleen lager opgeleiden zijn vatbaar voor dit soort overzichtelijke schema’s is de laatste tijd gebleken. Die twee grote verlangens zijn een reactie op de snelheid waarmee maatschappelijke ontwikkelingen gaan, de (baan)onzekerheid die dat met zich meebrengt en nog vele andere elementen zoals die blijken uit analyses. 

Heine noemt de wens naar zelfbeschikking juist vanwege die ontwikkelingen ‘illusoir’. Maar maakt wel duidelijk dat het onderliggend gaat om het gevoel mens te zijn en niet een object en om serieus genomen te worden. Dat lijken mij terechte observaties die politiek relevant zijn, in de politiek gaat het tenslotte om de vraag hoe we met elkaar willen samenleven. Heine komt wat mij betreft dan ook terecht uit bij verhalen. Verhalen en betekenis geven, blijven nodig. “Zonder verhalen – noem het mythes, noem het godsdienst, noem het cultuur – kan een mens niet goed mens zijn” (…) We moeten betekenis geven”. Betekenis geven lijkt mij bij uitstek een rol van politiek. Maak als politiek(e partij) duidelijk welk verhaal je hebt over samenleven. Laat helder zijn, voor GroenLinks is dat inderdaad ook elkaar ruimte geven en de helpende hand toesteken, niet uitsluiten.  

Kan het zijn, zit ik me te bedenken, dat mensen overzicht en betekenis geven juist in hun zogenaamde ‘filterbubbel’ opzoeken? Gaan we daarmee in zekere zin niet terug naar een soort verzuiling, waarin iemand zijn nieuws en duiding kreeg via de katholieke Volkskrant en de ander via het protestantse Trouw?. Het gekke is dat technologie heel veel informatie openbaar toegankelijk maakt, maar het ook mogelijk maakt je af te sluiten van wat niet zint. Hoe zorg je er dan voor dat we toch met elkaar in gesprek blijven? Ik heb het antwoord niet, toch probeer je er lokaal wel iets aan te doen. Daarom kom ik maar even terug op dat ‘je serieus genomen voelen’, want daarin ligt volgens mij juist lokaal een rol voor politiek.

Uit hoe het op veel plekken maatschappelijk en politiek is gegaan de laatste jaren rond asielcentra, maar ook rond windmolens op land, kun je wat dat betreft een paar lessen leren. Heel belangrijk lijkt mij, is dat vaak is gebleken dat mensen niet zozeer tegen iets waren, alswel dat ze niet voor voldongen feiten geplaatst wilden worden. En dat raakt aan het thema van onbehagen. Ik wil weten wat er om me heen gebeurd (overzicht) en ik wil dat op tijd weten zodat ik er over mee kan praten of en hoe we iets doen (zelfbeschikking). Het is eigenlijk allemaal niet zo nieuw, maar het is wel urgent. Populisme is ook een signaal. 

Is daarmee wat we lokaal proberen te doen rond nieuwe vormen van buurtwerk en referenda een deel antwoord op het onbehagen? Ja en nee denk ik. In ieder geval niet door de sociale basisinfrastructuur van het buurtwerk uit te kleden, zoals deze coalitie in Hilversum met nota bene de SP erin, al een aantal jaren uitvoert. Niet iedereen is even goed in het voor zichzelf opkomen of in het organiseren van buurtzorg. Het is wel goed om te zorgen dat buurten en inwonersintiatieven meer zelf mogen en kunnen doen. Maar dat betekent niet alleen maar loslaten. “De paradox is dat spontaniteit iets is dat je moet uitlokken en organiseren en dit floreert alleen waar gemeenten daar actief werk van maken en de dialoog zoeken”, aldus Frans Soeterbroek tijdens een GroenLinks Najaarsdebat in 2014.

Net zo goed vind ik het niet meer van deze tijd om mensen maar eens in de vier jaar een stem te geven. Dat is niet ze serieus nemen. Als er serieuze gevoelens zijn dat mensen zich onvoldoende hebben kunnen uitspreken, vind ik het gerechtvaardigd dat ze daarover alsnog een referendum kunnen organiseren. Maar dan wel met veel en goede informatie en met politici die niet weglopen voor het debat. Liever nog heb ik dat we het aan de voorkant nog veel beter doen. Zorgen dat mensen kunnen meepraten over hoe we iets doen voor we daarover besluiten. Dat kan via een adviserend referendum, maar dan wel wat mij betreft één met meer antwoordopties en meer goede informatie. Serieus nemen is ook dat de gemeenteraad haar inwoners kan vragen om een advies over de drie beleidsopties waarover zij moet beslissen. 

Daarnaast ben ik wel gecharmeerd van andere vormen zoals een representatieve groep van inwoners drie zaterdagen achter elkaar de diepte op een onderwerp in laten gaan. En zo zijn er nog veel meer vormen van zogenaamde deliberatieve democratie. Zeggen dat we als raadsleden wel kunnen beslissen omdat die toch gekozen zijn, klinkt me teveel naar ‘gaat u maar rustig slapen’. En dat lijkt mij zeker geen goed antwoord op het onbehagen van deze tijd. Naar mekaar omkijken en de helpende hand toesteken, elkaar niet uitsluiten. Denk daar nog eens aan op 15 maart bij het uitbrengen van uw stem.

Jan Kastje staat in zijn blog regelmatig stil bij wat hem opvalt in de Hilversumse politiek en media. Wilt u reageren? Stuur hem een bericht: jan.kastje@groenlinks-hilversum.nl.